spraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/sprak/

Wat is de betekenis van spraak?

spraak betekent: het vermogen om te spreken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vermogen om te spreken
  2. manier van spreken (van een persoon of groep personen)

Voorbeelden van "spraak" in een zin

  • Bij hersenletsel kan de spraak nadelig beïnvloed worden.
  • Hopelijk kon ik nog wel wat zien, anders was ik behalve mijn spraak ook nog mijn zicht kwijt.

Etymologie

* van spreken

Vertalingen

Engelsspeech
Franslangage
DuitsSprache
Spaanslenguaje
Zweedsspråk