spraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/sprak/

Wat is de betekenis van spraak?

spraak betekent: het vermogen om te spreken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vermogen om te spreken
  2. manier van spreken (van een persoon of groep personen)

Voorbeelden van "spraak" in een zin

  • Bij hersenletsel kan de spraak nadelig beïnvloed worden.
  • Hopelijk kon ik nog wel wat zien, anders was ik behalve mijn spraak ook nog mijn zicht kwijt.

Betekenis en uitleg van spraak

Spraak verwijst naar de manier waarop we gesproken taal gebruiken om gedachten en gevoelens uit te drukken. Het omvat niet alleen de woorden die we kiezen, maar ook hoe we deze uitspreken en de emotie die we erin leggen.

Je gebruikt het woord 'spraak' vaak in de context van communicatie, bijvoorbeeld wanneer je praat over iemands spreekvaardigheid of het gebruik van dialecten. Het kan ook verwijzen naar de sociale interactie die plaatsvindt tijdens het praten. Spraak kan variëren van formeel tot informeel, afhankelijk van de situatie en het publiek.

Voorbeelden

  • Haar spraak was zo overtuigend dat iedereen in de zaal stilletjes luisterde.
  • Bij het leren van een nieuwe taal is het belangrijk om niet alleen de grammatica te begrijpen, maar ook om je spraak te oefenen.
  • De spraak van de kinderen op het schoolplein was vol enthousiasme en energie.

Woordoorsprong

Het woord 'spraak' komt van het Oudnederlands 'spraka', dat 'woord' of 'spraak' betekent. Het is verwant aan het werkwoord 'spreken'.

Veelgestelde vragen over spraak

Wat is de betekenis van spraak?

spraak betekent: het vermogen om te spreken

Hoeveel betekenissen heeft spraak?

spraak heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft spraak?

spraak is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je spraak in een zin?

Voorbeeld: “Bij hersenletsel kan de spraak nadelig beïnvloed worden.

Etymologie

* van spreken

Vertalingen

Engelsspeech
Franslangage
DuitsSprache
Spaanslenguaje
Zweedsspråk