spraakzaamheid
vrouwelijk (de)/ˈspraksamhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geneigdheid om veel te pratenBoer Herman bleek helemaal niet zo bleu, althans wat spraakzaamheid betreft. „Weinig mensen in mijn omgeving zullen zeggen dat ik een stille ben”, zegt hij. „Ik ben blij dat mijn vriendinnen hebben doorgezet, dat ik geschreven heb, want het klikte meteen. We hadden veel raakvlakken”, vertelt Fleur.
Etymologie
* afleiding van spraakzaam
Vertalingen
Engelstalkativety, loquacity, talkativeness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek