spraakzaamheid

vrouwelijk (de)/ˈspraksamhɛit/

Wat is de betekenis van spraakzaamheid?

spraakzaamheid betekent: geneigdheid om veel te praten

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geneigdheid om veel te praten

Voorbeelden van "spraakzaamheid" in een zin

  • Boer Herman bleek helemaal niet zo bleu, althans wat spraakzaamheid betreft. „Weinig mensen in mijn omgeving zullen zeggen dat ik een stille ben”, zegt hij. „Ik ben blij dat mijn vriendinnen hebben doorgezet, dat ik geschreven heb, want het klikte meteen. We hadden veel raakvlakken”, vertelt Fleur.

Veelgestelde vragen over spraakzaamheid

Wat is de betekenis van spraakzaamheid?

spraakzaamheid betekent: geneigdheid om veel te praten

Welk woordgeslacht heeft spraakzaamheid?

spraakzaamheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van spraakzaamheid?

Synoniemen van spraakzaamheid zijn: babbelachtigheid.

Hoe gebruik je spraakzaamheid in een zin?

Voorbeeld: “Boer Herman bleek helemaal niet zo bleu, althans wat spraakzaamheid betreft. „Weinig mensen in mijn omgeving zullen zeggen dat ik een stille ben”, zegt hij. „Ik ben blij dat mijn vriendinnen hebben doorgezet, dat ik geschreven heb, want het klikte meteen. We hadden veel raakvlakken”, vertelt Fleur.

Etymologie

* afleiding van spraakzaam

Vertalingen

Engelstalkativety, loquacity, talkativeness