spread
mannelijk (de)/sprɛːt/
Wat is de betekenis van spread?
spread betekent: twee pagina's tegenover elkaar die als één geheel zijn vormgegeven
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- twee pagina's tegenover elkaar die als één geheel zijn vormgegeven
- (voeding) beleg dat op een boterham gesmeerd kan worden
- (effectenhandel) verschil tussen twee soorten prijzen die op eenzelfde soort effect betrekking hebben, gebruikt als een maatstaf
- (effectenhandel) bewust gelijktijdig bezitten van opties die zowel gebaseerd zijn op een hogere als op een lagere koers, als een soort verzekering tegen grote koersschommelingen
Voorbeelden van "spread" in een zin
- De ene pagina is helemaal gevuld met een duistere wirwar van takken, op de tegenoverliggende pagina staat Olek kleintjes tegen ‘niets’ aan te kijken, want Erlbruch tekent de muur niet. Op de volgende spread een zelfde compositie: de rode vogel is paginagroot afgebeeld, daarnaast, bijna in de marge van het blad, tuimelt Olek uit de boom.
- Met de flappen links en rechts helemaal opengeslagen meet zo'n spread van twee bladzijden maar liefst 71 cm.
- Dan kwam hij de bouwkeet in met een boterhammetje met een zelfgemaakte spread, in plaats van vlees.
- Voor de vulling wordt gebruik gemaakt van een jam die volgens onze warenwet geen jam meer mag heten. In plaats van jam noemt men het een spread. En dat allemaal omdat er minder suiker in de jam is verwerkt dan in onze warenwet is aangegeven.
- De "spread" (het renteverschil) tussen Italiaanse en Duitse obligaties stoof naar een absoluut en gevaarlijk record. Veelzeggend was dat die spread meteen met een procent daalde toen het gerucht steeds sterker werd dat Berlusconi zou opstappen.
Etymologie
*van "spread"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek