spreekster

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die het woord voert
    Na haar sprak mevrouw Suzanna Hamdani uit Bandoeng, een der oprichtsters van de vereniging, ‘geroutineerd spreekster’ zoals dat heet, en bijna 10 jaar militante.

Etymologie

* afleiding van (nomact) van spreken