sprinkhaanrietzanger

mannelijk (de)/ˈsprɪŋkhanˌritsɑŋər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) bepaald soort vrij kleine vogel met gestreepte bovenzijde en monotone zang, uit de familie van

Etymologie

*, omdat hij een geluid maakt dat aan sprinkhanen doet denken

Vertalingen

Engelscommon grasshopper warbler
Franslocustelle tachetée
DuitsFeldschwirl
Spaansbuscarla pintoja
Italiaansforapaglie macchiettato
Portugeesfelosa-malhada
Russischобыкновенный сверчок
Chinees黑斑蝗莺
Turksçekirge kamışçını
Poolsświerszczak zwyczajny
Zweedsgräshoppsångare
Deensgræshoppesanger