staaf

mannelijk/vrouwelijk (de)/staf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een massieve langwerpige min of meer cilindervormige stang of balk
    Hij sloeg de vrouw met een staaf.

Etymologie

* In de betekenis van ‘stang’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Spaansbarrote, lingote