stage
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs) tijd gedurende welke een leerling of student onder begeleiding in de praktijk werkt als onderdeel van de opleiding, praktisch werken, praktijkstage
- meer in het algemeen verblijf b.v. hoogtestage, trainingsstage
- toneel (van het Engels) b.v. in stagemanager, stagediver, stagediving, backstage
Etymologie
*afgeleid van het Franse stage () [https://fr.wiktionary.org/wiki/stage Wiktionnaire]
Vertalingen
Fransstage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek