stage

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) tijd gedurende welke een leerling of student onder begeleiding in de praktijk werkt als onderdeel van de opleiding, praktisch werken, praktijkstage
  2. meer in het algemeen verblijf b.v. hoogtestage, trainingsstage
  3. toneel (van het Engels) b.v. in stagemanager, stagediver, stagediving, backstage

Etymologie

*afgeleid van het Franse stage () [https://fr.wiktionary.org/wiki/stage Wiktionnaire]

Vertalingen

Fransstage