stal
mannelijk (de)/stɑl/
Wat is de betekenis van stal?
stal betekent: (veeteelt) ruimte bestemd voor de huisvesting van dier(en)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) ruimte bestemd voor de huisvesting van dier(en)
- (sport) een (handels-)onderneming die deelneemt aan wedstrijden met paarden, auto’s en dergelijke
- (verouderd) marktkraam
- (economie) verkoopruimte bij openbare gelegenheden zoals stations, ziekenhuizen en dergelijke
- groep mensen die men onder contract heeft
Voorbeelden van "stal" in een zin
- Ze helpt mee met het uitmesten van de stallen.
- Ze zal bij een stal een paard huren.
- Iedere avond sloop hij stilletjes naar de stal, rolde zich in een paardedeken en sliep lekker in het stro.
- In internationale concoursen zijn de springpaarden uit zijn stal zeer succesvol.
- Ik zal wel een bos bloemen kopen bij het stalletje op de brug.
Etymologie
* In de betekenis van ‘verblijf van dieren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Uitdrukkingen
- Iets op stal zetten — Iets afdanken
- Iets van stal halen — Iets inzetten
- Het beste paard van de stal — De beste (van een team e.d.)
- Het paard ruikt de stal — Iemand wil graag naar huis.
Vertalingen
Engelsstable, racing stable, stall
Fransétable, écurie, kiosk à fleurs
DuitsStall, Rennstall, Bude
Spaansestablo, cuadra
Italiaansstalla
Portugeesestábulo
Zweedsstall
Deensstald
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek