Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

stand-up

mannelijk (de)/ˈstɛndʏp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel (toneel) optreden van een humorist die zijn publiek vermaakt door staande een reeks grappen te vertellenWisselwerking met het publiek is hierbij gebruikelijk, muzikale begeleiding niet. Vaak onderdeel van een programma dat bestaat uit een serie van zulke optredens door verschillende humoristen, op een plaats ("comedyclub") waar zulke programma's vaker te zien zijn.
    Nu de populariteit van bepaalde Amerikaanse stand-up groeit, zie ik dat veel nieuwe mensen denken dat comedy een beetje stoerdoenerij is.
    Maar veel inzicht brengen deze spotternijen niet. Misschien ligt het ook aan het stramien van de stand-up, dat vereist dat hij snel schakelt en nooit langer dan een paar minuten bij iets stilstaat.
  2. media (media) presentatie van nieuws door een verslaggever op tv die zichtbaar op de plaats van de gebeurtenissen staat
    In maart, toen de Russen aan het begin van de oorlog in Oekraïne Irpin innamen, een voorstad van Kiev, stond CNN-oorlogscorrespondent Clarissa Ward bij de kapotgeschoten brug waaroverheen oudere inwoners, hun hele leven in een paar plastic tassen, zich in veiligheid probeerden te brengen. In de verte klonk artillerie. „Sorry John”, zei Ward tegen de presentator en ze begon mensen te helpen door hun tassen te dragen en ze te ondersteunen. Nogal ongebruikelijk voor een journalist die een stand-up doet.

Etymologie

**[1] op te vatten als (verkorting) van stand-upcomedy