stapelwolk

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) scherp afgegrensde, bloemkoolachtige wolken van het geslacht Cumulus
    Forse stapelwolken joegen in een wedloop met de trein door de hoge, diepblauwe lucht, van station tot station Barendrecht, Zwijndrecht, Dordrecht, Zwaluwe, Langeweg, Breda. Hij bleef in zijn gedachten opgesloten zitten, getroost door de nabijheid van zijn zoon, totdat de trein bij de grens aankwam en opnieuw stilhield. {{Aut|Haasnoot, Robert
    Het was een mooie dag. Een paar stapelwolken. Op de telefoondraden langs de weg zaten de eerste zwaluwen. In Saint Léonard liepen zelfs al toeristen rond. Opvallend veel stelletjes die meer oog schenen te hebben voor elkaar dan voor de historische gevels. {{Aut|Berg, Michael
    VANDAAG wordt het vrij zonnig met stapelwolken, maar op de meeste plaatsen blijft het droog.de Standaard 6 NOVEMBER 2017

Vertalingen

Engelswoolpack, cumulus