Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

starks leeuwerik

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie (leeuweriken). Deze soort komt voor van zuidwestelijk Angola tot Namibië, zuidwestelijk Botswana en noordwestelijk Zuid-Afrika

Etymologie

* (eponiem), vaste verbinding van de bezitsvorm van (Freya Stark, ontdekkingsreiziger, (1893-1993)) en "leeuwerik"