stationsgebouw
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van stationsgebouw?
stationsgebouw betekent: gebouw waar treinen aankomen en vertrekken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebouw waar treinen aankomen en vertrekken
Voorbeelden van "stationsgebouw" in een zin
- Een waarschijnlijk van het leger geleend pantservoertuig bewoog zich uit de schaduw van het stationsgebouw naar de gevangenispoort aan de overkant.
- In Hilversum dreigden losgeraakte dakplaten van het stationsgebouw af te waaien. Het treinverkeer werd daarop stilgelegd en de brandweer heeft de platen gisteravond verwijderd. Het treinverkeer kwam daarna weer op gang. De meeste treinen reden in de avond weer volgens de normale dienstregeling.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek