statistiek

vrouwelijk (de)/ˌstatɪsˈtik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) de wetenschap van het verzamelen en vergelijken van verschijnselen en van de weergave hiervan in tabellen of grafische voorstellingen
  2. een stuk waarin feiten of gegevens van statistische aard zijn vervat
    Hij verzamelde statistieken over het aantal bezoekers.
    Ik leerde die bekende statistiek dat meer Nederlanders zich in de Tweede Wereldoorlog bij de SS dan bij het verzet aansloten. Maar verreweg de meesten, ruim 99 procent, deden niets. De meeste mensen zijn meelopers.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/28/de-opportunist-die-moet-je-in-de-smiezen-houden-a4887696 www.nrc.nl (28 mrt 2025)]

Etymologie

*afgeleid van staat

Vertalingen

Engelsstatistics
Spaansestadística