steenezel
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- koppig, eigenwijs iemand die heel dom isDie curieuze overdenking kan, anno 1937, zijn ingegeven door de analogie dat het algemeen kiesrecht z'n nadelen heeft omdat het steenezels de gelegenheid biedt op de verkeerde partij te stemmen - we weten dat Bolland die mening was toegedaan, en in dat verband ook het begrip ezel bezigde - maar zo is het in feite natuurlijk ook: het is de tol die we betalen voor alle derivaten van de democratie. NRC J.A. Blokker 5 maart 1992 [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/03/05/journalist-tussen-kroon-en-mestvork-het-idee-dat-de-7135244-a1183439 Journalist tussen kroon en mestvork; Het idee dat de pers leiding moet geven is hier diep geworteld; We lezen altijd iets van aanmatiging als we de krant lezen; Waarom blijft de abonnee met zijn lijfblad getrouwd?]Subtiliteit is niet de grootste verdienste van dit boek. Naar VVD-leider Bolkestein, die een paar jaar geleden zei dat kinderen van illegalen geen recht hebben op onderwijs, verwijst Helman als 'een balkende steenezel die niet wou dat illegale kinderen naar school gingen.' Helman, zelf ooit minister van onderwijs in Suriname, maakt zich duidelijk kwaad op Haagse politici die illegalen als criminelen willen laten opjagen. NRC Elsbeth Etty 17 november 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/11/17/terug-naar-paramaribo-7288744-a1039992 Terug naar Paramaribo]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek