Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

steenkanker

mannelijk (de)/ˈsteŋkɑŋkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) geleidelijk vergaan van stenen bouwwerken doordat bestanddelen van het bouwmateriaal onder invloed van vocht reageren met stoffen in de de lucht
    Het dertig meter hoge Boeddhistische bouwwerk, dat tussen 774 en 864 werd geconstrueerd, heeft een behandeling tegen zogenaamde steenkanker ondergaan. Daarvoor moesten 750.000 stenen worden weggehaald, gedroogd en nader onderzocht.
    Het steenwerk was door steenkanker opgevreten, de wind pakte de torenspits, die een draaiende beweging maakte, waardoor de romp werd losgerukt van de steunbeeren.
  2. medisch, verouderd (medisch) (verouderd) benaming voor een ziektebeeld waarbij inwendig harde gezwellen ontstaan
    De geneesheer werd onmiddellijk ontboden. Hij constateerde kanker in de linkerzij in hevigen graad en wel een zeer pijnlijken, namelijk steenkanker.