steenkolenengels

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) slecht Engels, met slechte uitspraak en slechte grammatica
    Mijn steenkolenengels is na dertien jaar in Engelstalige landen gewoond te hebben toch een stuk beter geworden.

Etymologie

* De term steenkolenengels zou oorspronkelijk verwijzen naar de mengtaal waarin (Nederlandse) havenarbeiders en zeelieden met bemanningsleden van met name Engelse steenkolenschepen communiceerden, aangetroffen sinds het begin van de 20e eeuw, zie vindplaatsen hieronder.

Vertalingen

EngelsDunglish, broken English
Fransanglais approximatif, globish
Duitsgebrochenes English
Spaansinglés chapurreado