steunpilaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een pilaar waarop iets rustToen de stalen steunpilaren heet werden door de brand stortte het gebouw ineen.
- (figuurlijk) een persoon die heel belangrijk is voor een organisatieDe amanuensis is de steunpilaar voor de onhandige natuurkundeleraar bij het doen van proefjes.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek