stick
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van stick?
stick betekent: staafvormig voorwerp
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- staafvormig voorwerp
- (sport) een slaghout bij (ijs)hockey, een hockeystick
- (sport) idem gebruikt bij golf, een golfclub
- (informatica) een USB-stick of memorystick
- een wietstick of joint (meestal stickie genoemd)
Voorbeelden van "stick" in een zin
- Bij hockey wordt gebruik gemaakt van sticks.
- Geef me je stickje maar even, dan kan ik de bestanden kopiëren.
Etymologie
*Leenwoord uit het Engels.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek