stick

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van stick?

stick betekent: staafvormig voorwerp

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. staafvormig voorwerp
  2. sport (sport) een slaghout bij (ijs)hockey, een hockeystick
  3. sport (sport) idem gebruikt bij golf, een golfclub
  4. informatica (informatica) een USB-stick of memorystick
  5. een wietstick of joint (meestal stickie genoemd)

Voorbeelden van "stick" in een zin

  • Bij hockey wordt gebruik gemaakt van sticks.
  • Geef me je stickje maar even, dan kan ik de bestanden kopiëren.

Etymologie

*Leenwoord uit het Engels.