stijven

/ˈstɛivə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) minder buigzaam maken (met stijfsel)
    Die hemden moeten nog gesteven worden.
werkwoord
  1. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) door aanmoediging of financiële middelen versterken
    Je moet hem niet in het kwaad stijven.
    Daarmee stijfden ze flink de kas.

Etymologie

*van Middelnederlands "stiven", op te vatten als afgeleid van "stijf"

Vertalingen

Engelsfinish, encourage, provide
Fransamidonner
Spaansalmidonar, alentar