stikken

/ˈstɪkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) om het leven komen door zuurstofgebrek in de hersenen
    Hij is gestikt doordat die ruimte vol met koolzuurgas gestroomd is.
  2. ov (ov) een stuk stof middels een aantal vrij losse steken op zijn plaats houden
    Ik heb de zoom even gestikt, zodat hij nu goed genaaid kan worden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘naaien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1366

Uitdrukkingen

  • [[stikken vanhet stikt hier van de]]|er zijn hier zeer veel van de

Vertalingen

Duitsersticken, sticken