stinkstad

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een smerige stad
    Ik ben nog wel Beruchte Nederlander geworden in Belgikistan, toen ik live geïnterviewd werd in het Nederlandstalige nieuwsbulletin van de stinkstad Brussel. HP de Tijd ARTHUR VAN AMERONGEN 9 NOV 2018 [https://www.hpdetijd.nl/2018-11-09/ook-u-kunt-bn-er-worden/ Don Arturo: Ook u kunt BN’ er worden! Bel mij!]
    Ze gaan door het speelgoedleven als Koos Knoflook, Simon Schimmelkaas, Barry Broccoli en Bert Bloemkool: de vegetariërs van Stinkstad. De Nederlandse Vegetariërsbond (NVB) wil dat speelgoedketen Intertoys, die deze zogenoemde Stinkers op de markt bracht, stopt met de verkoop van de verzamelpoppetjes. Reformatorisch Dagblad 22-04-2004 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/vegetari%C3%ABrs-hekelen-intertoys-stinker-koos-knoflook-1.213178 Vegetariërs hekelen Intertoys–Stinker ’Koos Knoflook’]