stint

mannelijk (de)/stɪnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) elektrisch aangedreven karretje met een rechtop staande bestuurder en een bak waarin tot 10 jonge kinderen vervoerd kunnen worden
    De fabrikant van de stint, die vorige week betrokken was bij het ongeval op het spoor in Oss, laat alle 3.500 voertuigen die in gebruik zijn controleren.

Etymologie

*van de merknaam "Stint", gedeponeerd door het bedrijf Stint Urban Mobility