stip

mannelijk/vrouwelijk (de)/stɪp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. puntvormig of rond merkteken
    Een vliegenzwam is een rode paddenstoel met witte stippen.
    Na drie kwartier zag ik in de verte onder me een zwarte stip mijn kant op bewegen.
    Ik baalde ervan dat de pas nog zo ver weg lag, maar voelde tegelijkertijd ook opluchting toen ik in de verte drie gekleurde stipjes zag.

Etymologie

*van Middelnederlands , in de betekenis van ‘punt’ aangetroffen vanaf 1408

Vertalingen

Engelsdot, period, point
Spaanspunto