stof

onzijdig (het)/stɔf/

Wat is de betekenis van stof?

stof betekent: materiaal, chemische verbinding

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaal, chemische verbinding
  2. textiel, materiaalkunde (textiel), (materiaalkunde) weefsel, textiel
  3. onderwijs (onderwijs) datgene wat geleerd moet worden
zelfstandig naamwoord
  1. verzameling heel kleine deeltjes

Voorbeelden van "stof" in een zin

  • Haar bovenlichaam was volmaakt, haar rok als een stilleven van stof over de vorm haar dijen.
  • Ik zag dat de stof van haar broek om haar heupen flodderde; ze was duidelijk afgevallen.
  • Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.
  • De leerlingen beheersen de stof goed.
  • Terwijl Vrouwen in het graanveld aan de muur van de Tate hing, lag uw schilderij van Robles stof te vergaren.

Etymologie

*[B]: van Middelnederlands "stof", dat is afgeleid van de stam van stuiven, in de betekenis van ‘fijne deeltjes’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Uitdrukkingen

  • Veel stof doen opwaaienVeel indruk maken, voor veel reuring zorgen
  • Kort/Lang van stof zijnWel/niet compact en bondig vertellen [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1277.phpv1255 www.dbnl.org]
  • Door het stof gaanEen nederige houding aannemen en/of zich verontschuldigen (na een eerder gemaakte fout e.d.)

Vertalingen

Engelsmaterial, component, compound
Fransétoffe, tissu, poussière
DuitsStoff, Staub
Spaansmateria, sustancia, tela
Italiaanspolvere
Russischвещество, ткань, пыль
Turkstoz
Poolskurz
Deensstof, stof, støv