stokebrand
mannelijk (de)/ˈstokəˌbrɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die als een vuur de gemoederen of onrust aanwakkertIneens was hij verdwenen van televisie, voetbalanalist, 'meninkjesman' en stokebrand Hugo Borst. Het zelfverkozen leven in de schaduw bevalt prima. 'Ik was gemakzuchtig geworden.'Een kanttekening bij de klinkende zege voor de pro-Europese regering is de winst van de anti-Europese SRS. De partij van de ultranationalistische stokebrand Vojislav Seselj, die vorige maand werd vrijgesproken door het Joegoslaviëtribunaal, verdween in 2012 uit het parlement maar lijkt als grootste oppositiepartij weer helemaal terug.
Etymologie
*Leenvertaling van Frans "boutefeu" , voor het eerst aangetroffen in de werken van Joost van den Vondel, zie vindplaatsen hieronder.
Vertalingen
Engelsfirebrand
Fransboutefeu, brandon
DuitsFeuerbrand
Spaansincendiario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek