stokken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. blijven hangen, blijven steken
    Doordat de buitengewone noodremvoorziening in werking trad, stokte de lift tussen de zesde en de vijfde. Medewerkers en een monteur schoten te hulp.
    Opvallend genoeg is in de laatste maand van het jaar de werkloosheid licht opgelopen, met 3000 mensen. Ook eerder in het jaar stokte de daling van de werkloosheid even. Economen van het Centraal Planbureau verwachten echter dat ook in 2019 de werkloosheid daalt, maar in een veel lager tempo.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘blijven steken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1806