stola
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) omslagdoek, brede halsdoekDe rijke dame droeg een fraaie stola rond haar hals.
- (religie) priesterlijk kledingstuk dat om de schouders gedragen wordt
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘sjaal over de schouders’ voor het eerst aangetroffen in 1934 . In de betekenis van priesterlijk kledingstuk sinds 1781 (zie citaat hieronder)
Vertalingen
Engelsstole
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek