Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

stomatoloog

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Belgisch medisch specialist die gespecialiseerd is in aandoeningen van de mond
    Bij tien andere specialismen is het risico ‘vrij groot’ (20 à 40 procent) om op een ‘niet-geconventioneerde’ arts te stoten: chirurgen, neurochirurgen; neus-, keel en oorartsen; urologen, orthopedisten, stomatologen, cardiologen, reumatologen, fysiotherapeuten en radiologen.
    'Leif is vandaag in het ziekenhuis van Roeselare bij de stomatoloog. Afwachten wat die gaat zeggen', verduidelijkte Braeckevelt. 'Enkele uren na zijn val had Leif nog voldoende 'moral' om zondag te koersen, maar het is natuurlijk afwachten hoe hij de nacht is doorgekomen.

Etymologie

* afleiding van (het Latijnkse) stoma