stommiteit

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bijzonder onverstandige daad
    En toen kwam het vreselijke moment waarop ze de stommiteit op moest biechten aan haar strenge vader.
    Ze voelde zich enorm eenzaam dat jaar. En ze had ook een aantal stommiteiten begaan in die eenzaamheid. Maar ze was tenslotte nog zo jong, nog maar twintig.

Etymologie

*Afgeleid van stom .

Vertalingen

Engelsstupidity
Fransbêtise, stupidité
DuitsDummheit, Stupidität
Spaansnecedad, estupidez, tontería