stomp
mannelijk (de)/stɔmp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een ingekort vormeloos uitsteekselEr bleef na de amputatie niet meer dan een stompje van zijn vinger over .
- een pijnlijke stoot met de gebalde vuistJe zou hem een stomp geven!
Etymologie
* In de betekenis van ‘niet scherp’ voor het eerst aangetroffen in 1400
Vertalingen
Engelsblunt, dull
Spaansmetido, puñetazo, puñada
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek