stomp

mannelijk (de)/stɔmp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ingekort vormeloos uitsteeksel
    Er bleef na de amputatie niet meer dan een stompje van zijn vinger over .
  2. een pijnlijke stoot met de gebalde vuist
    Je zou hem een stomp geven!

Etymologie

* In de betekenis van ‘niet scherp’ voor het eerst aangetroffen in 1400

Vertalingen

Engelsblunt, dull
Spaansmetido, puñetazo, puñada