stond

mannelijk/vrouwelijk (de)/stɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. formeel (formeel) punt in het tijdsverloop waarop iets gebeurt

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "stont" van Oudnederlands "stunda", in de betekenis van ‘tijd(stip)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Uitdrukkingen

  • te aller stond