stook

Wat is de betekenis van stook?

stook betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoken

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoken
  2. gebiedende wijs van stoken
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoken

Voorbeelden van "stook" in een zin

  • Ik stook.
  • Stook!
  • Stook je?