stook
Wat is de betekenis van stook?
stook betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoken
- gebiedende wijs van stoken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoken
Voorbeelden van "stook" in een zin
- Ik stook.
- Stook!
- Stook je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek