stoomkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de kracht die door (oververhitte) stoom wordt uitgeoefend
    Koning Willem I bepaalde dat er nader onderzoek gedaan diende te worden naar de voor- en nadelen van het gebruik van stoomkracht ten opzichte van windkracht.
    Twee commissies en drie jaren later besloot de koning op basis van de uitgebrachte adviezen dat het Haarlemmermeer alleen met stoomkracht drooggemalen zou worden.