stoor

/stoːr/

Wat is de betekenis van stoor?

stoor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van storen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van storen
  2. gebiedende wijs van storen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van storen

Voorbeelden van "stoor" in een zin

  • Ik stoor.
  • Stoor!
  • Stoor je?

Betekenis en uitleg van stoor

Het woord 'stoor' verwijst naar het verstoren of hinderlijk beïnvloeden van iets of iemand. Het kan zowel fysiek als mentaal zijn, zoals het onderbreken van een gesprek of het afleiden van iemands aandacht.

Je gebruikt 'stoor' doorgaans in situaties waarin iemand of iets een negatieve invloed heeft op de gemoedstoestand of de concentratie van een ander. Het kan ook gebruikt worden in de context van geluid, bijvoorbeeld als je zegt dat een hard geluid je stoort. De nuance van het woord kan variëren van een lichte irritatie tot een ernstige onderbreking.

Voorbeelden

  • De kinderen storen me terwijl ik probeer te werken.
  • Ik vind het vervelend als mensen me storen tijdens een film.
  • De constante verkeersgeluiden storen mijn rust in huis.

Woordoorsprong

Het woord 'stoor' is afgeleid van het Middelnederlands 'storen', dat verband houdt met het verstoren of hinderen van iets. Het heeft verwante vormen in andere Germaanse talen.

Veelgestelde vragen over stoor

Wat is de betekenis van stoor?

stoor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van storen

Hoeveel betekenissen heeft stoor?

stoor heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je stoor in een zin?

Voorbeeld: “Ik stoor.