stoot
mannelijk (de)/stot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kracht van korte duur die tegen iets of iemand aan wordt uitgeoefendHij gaf hem een flinke stoot.Hoewel Joy daarstraks nog in een halve coma verkeerde, schuifelt ze nu opeens ook de ontbijtzaal binnen en geeft me een stoot terwijl ze naar haar telefoon staart.
- een kortdurende dosisEr schoot een stoot adrenaline door mijn lijf en ik bleef doodstil staan.
- (Zuid-Nederlands) een ongelooflijke en vaak toevallige gebeurtenis
- (informeel) aantrekkelijk, knap iemand
Uitdrukkingen
- horten en stoten — met schokken vooruitgaan
Vertalingen
Engelsprick, push, spades
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek