stootkar

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handkar die men duwt
    Putje, put, PUT!, koe, vrachtwagen, auto, voetganger, stootkar, geit,... Het verkeer is Kathmandu is kwelling voor wie uit het gestructureerde Europa komt. De Standaard 04/07/2013 om 13:58 door Maxim De Zitter [http://www.standaard.be/cnt/blmde_20130704_001 Nepal - Putje, Put, PUT!]
    Onderweg naar buiten kom ik de vriendelijke, niet erg benijdenswaardige, moedige ouderling tegen die elke dag met een stootkar al dat afval komt ophalen. Op straat is het zelfs 20 kilometer buiten het centrum nog altijd een drukte van jewelste: op elk(!) kruispunt staat er een vertegenwoordiger van de arm der wet het verkeer te regelen. De Standaard 30/03/2011 door Koen Van de Perre [http://www.standaard.be/cnt/blkva_20110330_001 Shanghai - Leve het openbaar vervoer!]
    In de auditoria van de Gentse Universiteit ging op 16 november 1949 een briefje rond waarin studenten opgeroepen werden om tussen 14:30 uur en 15:10 uur naar het Gravensteen te trekken. Volgens de overlevering rook de eenbenige wachter onraad ‘omdat niemand een ansichtkaart kocht’. De man werd echter in zijn wachthokje opgesloten. Daarna werd een stootkar met fruit binnengerold waarmee de poort gebarricadeerd werd. De Standaard 09/11/2012 door jta [http://www.standaard.be/cnt/dmf20121109_00363114 Gedenkplaat voor studenten die in 1949 Gravensteen bezetten tegen stijgende bierprijs]