stoottand

mannelijk (de)/ˈstotɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote slagtand
    Olifanten, walrussen en narwals hebben stoottanden.
    Narwals zijn middelgrote tandwalvissen die een lange vooruitstekende stoottand hebben.
  2. dierkunde (dierkunde) benaming voor zeedieren uit de klasse
    De meeste soorten behoren tot de slakken en de tweekleppigen, maar ook inktvissen, keverslakken, een stoottand en een schildvoetige behoren tot de Nederlandse weekdierfauna.

Etymologie

**[2] vanwege de gelijkenis in vorm

Vertalingen

Engelstusk
Fransdent saillante, défense
DuitsStoßzahn
Spaanscolmillo
Italiaanszanna
Russischклык, бивень
Japans
Poolskieł
Deensstødtand