stop

mannelijk (de)/stɔp/

Wat is de betekenis van stop?

stop betekent: (elektrotechniek) zekering die elektrische stroom begrenst doordat zij smelt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek (elektrotechniek) zekering die elektrische stroom begrenst doordat zij smelt
  2. halte (korte onderbreking)
  3. voorwerp dat een opening kan afsluiten
  4. besluit om verdere groei of toename te stoppen
  5. woord gebruikt als afbreking in een telegram

Voorbeelden van "stop" in een zin

  • Door de kortsluiting sloegen alle stoppen door.
  • Bij de volgende stop moet ik echt naar de wc.
  • Doe de stop in de gootsteen.
  • SCHLOSS STOP ERG OPWINDENDE FOTO STOP MOETEN HET IN PARIJS-LONDEN-NYC BRENGEN STOP LIEFS PEG.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘afdichting’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1368

Uitdrukkingen

  • Een stop zetten opEen maatregel instellen waarmee aan een bepaald proces (m.n. van instroom) een halt toegeroepen wordt
  • De [[#Zelfstandig naamwoordstoppen]] [1] slaan door|Gezegd van iemand die plotseling al zijn/haar zelfbeheersing verliest
  • De [[#Zelfstandig naamwoordstop]] [3] eruit trekken|Een einde aan iets maken (vgl. de stekker eruit trekken)
  • post, post-, pots, sopt, spot, tops

Vertalingen

Engelsfuse, stop, patch
Spaansfusible, plomo, parada