stoppen
/ˈstɔpə(n)/
Wat is de betekenis van stoppen?
stoppen betekent: (ov), (textiel) herstellen (van een gat), meestal door dichtnaaien
Betekenis
werkwoord
- (ov), (textiel) herstellen (van een gat), meestal door dichtnaaien
- (ov) vullen (van een pijp)
- (ov) doen halthouden
- (onpr) een einde nemen, ophouden [1]
- (erga) niet langer doorgaan, ophouden [2]
- iets ergens in doen
Voorbeelden van "stoppen" in een zin
- Kun jij een sok stoppen?
- De agent liet ons stoppen voor een controle.
- Wanneer stopt het met regenen?
- Ik wilde niet dat dit zou stoppen - de ketel die in het keukentje achter stond te fluiten voor meer thee, Lawrie die zijn benen strekte en over elkaar sloeg, terwijl hij me vroeg welke films ik had gezien en hoe het kon dat ik die niet had gezien en of ik van blues of folk hield en hoelang ik hier al werkte en of ik het leuk vond om in Clapham te wonen.
- Zou je willen stoppen met fluiten?
Etymologie
**[3], [4] bij vervoermiddelen: terugontlening van "stop", in de betekenis van ‘stilstaan’ aangetroffen vanaf 1849
Uitdrukkingen
- Niet te stoppen zijn — Zich door niets of niemand laten tegenhouden
Vertalingen
Engelscharge, stop, stop
Spaansatajar, detener, parar
Turksdoldurmak, durdurmak, durmak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek