storing

vrouwelijk (de)/ˈstorɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hinderlijke onderbreking, een bepaald proces wordt onderbroken of bemoeilijkt
    Door een storing is er de hele dag geen treinverkeer tussen Amsterdam en Leiden.
  2. telecommunicatie (telecommunicatie) een slecht signaalontvangst van bijvoorbeeld televisie, radio of internet
    In de vroege jaren van de Nederlandse Televisie Stichting was het bordje storing een veelgeziene verschijning.
  3. meteorologie (meteorologie) plaatselijke turbulentie de atmosfeer waardoor wind en regen ontstaan
    Bonnie komt waarschijnlijk sneller aan dan verwacht omdat de oostenwind steviger is dan voorzien. Dat heeft volgens CWC wel als voordeel dat het noodweer ook sneller overwaait. "Omdat de storing zich zo snel naar het westen verplaatst, is de kans op de eerder voorspelde 75 tot 125 millimeter regen klein", zegt CWC-weerman Olav Geijs vanaf Curaçao.

Etymologie

* van storen .

Vertalingen

Engelsinterruption, disturbance
Fransinterruption
DuitsStörung
Spaansperturbación, interrupción