stormvlaag

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. harde windstoot
    Beneden op het plein staat zijn lijfgarde opgesteld, als een stormvlaag slaat het geestdriftige gejuich van de grenadiers naar hen op.
    Hij was bijna klaar met zijn bladblazer toen een stormvlaag weer alle bladeren over het gazon verspreidde.