straal
mannelijk/vrouwelijk (de)/stral/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) een rechte lijn vanaf het middelpunt naar een punt op een boloppervlak of cirkelomtrekNeem de straal tussen de punten van een passer, en trek de cirkel.
- (natuurkunde) een rechte, smalle bundel van elektromagnetische straling (licht, radio, warmte, röntgen enz.)Een laser geeft een perfecte straal licht.
- (natuurkunde) een smalle bundel van een gas of vloeistof die door overdruk uit een vat of slang spuitBij een slagaderlijke bloeding spuit het bloed er in een straal uit.
Etymologie
* In de betekenis van ‘smalle lichtbundel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1263
Vertalingen
Engelsradius, beam, ray
Fransrayon, rayon, jet
DuitsHalbmesser, Radius, Strahl
Spaansradio, rayo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek