straatrumoer

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het lawaai dat men op een drukke straat kan horen
    Slotscène van de kroning met straatrumoer en helikopters.
    Voor zijn werkzaamheden - onderzoek naar de Franse decadente schrijver J.-K. Huysmans (1848-1907) op wie Aardewijn hoopt te promoveren - moet hij bijna dagelijks in Parijs zijn. Niet tot zijn verdriet: hij voelt zich er thuis, gaat als flaneur op in het straatrumoer.

Vertalingen

Engelsstreet noise