streng
mannelijk/vrouwelijk (de)/strɛŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een van de dunne touwen waaruit een koord bestaat
- bundel van gedraaide of gewonden draden
- draad met geregen steentjes, kralen e.d.
- stevige (dubbel genaaide) leren riem waarmee een trekdier aan het gareelblok van een wagen is verbonden om deze te kunnen voortbewegen
- (medisch) orgaan of deel van een orgaan dat op een bundel draden lijkt
Etymologie
#zonder ruimte voor tegenspraak
Vertalingen
Engelstrace
Franstrait
DuitsStrang
Spaanstirante, adusto, austero
Italiaanstirella
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek