stress

mannelijk (de)/strɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) (psychische) zware spanning, geestelijke druk (uit de omgeving)
    "Veel stress op werk even schadelijk als passief roken" [http://www.nu.nl/gezondheid/4120359/veel-stress-werk-even-schadelijk-als-passief-roken.html www.nu.nl]
    Verpleegkundigen neonatologie en obstetrie van ZGT Almelo volgen een speciale cursus om stress bij te vroeg geboren kinderen te herkennen en te reduceren. Het moet leiden tot een prestigieus keurmerk.Tubantia Ferry de Goeijen 09-04-18 [https://www.tubantia.nl/almelo/zgt-verpleegkundigen-als-baby-s-stress-vertonen-trappen-we-op-de-rem~ad0c3be9/ ZGT-verpleegkundigen: ‘Als baby’s stress vertonen, trappen we op de rem’ ]
  2. paniek
    Ik schoot in de stress, ik moest en zou mijn dochter spreken.

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘spanning’ voor het eerst aangetroffen in 1961

Vertalingen

Engelsstress
Fransstress
DuitsStress
Spaansestrés
Poolsstres
Zweedsstress