strictuur
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) ziekelijke vernauwing van een hol orgaan of van een buisvormige structuur
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vernauwing van lichaamskanaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1840
Vertalingen
Spaansestenosis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek