strijdbaarheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geneigdheid om de strijd aan te gaan
    Het hedendaagse beeld van de veenkoloniën is dan ook gekleurd door strijdbaarheid tegen de economische teruggang.
    Die ridder had sedert lange jaren nog geen andere woning dan de een of andere legerplaats gehad; om zijn strijdbaarheid en schone wapenfeiten overal vermaard, had hij een bende van achthonderd onversaagde mannen bijeengeraapt, en ging met dezelve in alle landen waar slechts te vechten was.

Etymologie

* afleiding van strijdbaar