string
mannelijk/vrouwelijk (de)/strɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica) reeks tekens (tevens in sommige programmeertalen een datatype)in de programmeertaal 'M' kennen we alleen het datatype string
- (natuurkunde) basaal "deeltje" in de stringtheorie
- (kleding) tanga die van achter slechts uit een koordje ('string') bestaat, stringtanga
- snaar van een muziekinstrument
Etymologie
* In de betekenis van ‘minuscuul broekje dat van achter slechts uit een koordje bestaat’ voor het eerst aangetroffen in 1983
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek