strobloem
vrouwelijk (de)/ˈstroblum/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een kruidachtige overblijvende plant met grijs-groene bladeren aan lange stelen, uit de composietenfamilie
Vertalingen
Spaansantenaria, meaperros, siempreviva amarilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek