stroom

mannelijk (de)/stroːm/

Wat is de betekenis van stroom?

stroom betekent: (aardrijkskunde) rivier, beek

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) rivier, beek
  2. elektrotechniek (elektrotechniek) elektrische stroom, het transport van elektrische lading door de beweging van elektronen door geleiders en halfgeleiders onder invloed van een potentiaalverschil
  3. in bepaalde richting bewegende massa, zoals een groep mensen, dieren, andere objecten
  4. figuurlijk (figuurlijk)in bepaalde richting bewegende massa niet materiële zaken

Voorbeelden van "stroom" in een zin

  • Bij donker woud en brede stromen.
  • We zitten zonder stroom, dat wordt geen accu opladen vandaag.
  • Er hingen nog lampen met gaskousjes en om ons van stroom te voorzien werd er via een elektriciteitskabel vanaf de straat een voorlopige voorziening getroffen.
  • Dat moet de elektriciteitsdraad zijn geweest die ons van stroom voorzag.
  • Tegen de stroom in lopen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bewegende massa vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Uitdrukkingen

  • Tegen de stroom oproeientegen de meerderheid ingaan

Vertalingen

Engelsriver, stream, current
Franstorrent, rivière, courant
DuitsStrom
Spaansrío, corriente
Japans電流, でんりゅう, denryuu
Poolsprąd
Zweedsström